S(nee)uw in het Westland: bonus, geen zekerheid meer
Herinner je je nog de winters met een écht wit Westland? Sleeën vanaf de duinen bij Ter Heijde, sneeuwpoppen op het veldje in Naaldwijk, glibberen in ’s-Gravenzande. Mijn kleinkinderen van 4 en 2 hebben nog nooit sneeuw gezien! Tegenwoordig voelt sneeuw meer als een verrassing dan als iets wat “hoort” bij de winter.
Aan de kust zijn we altijd al een beetje sneeuwarmoedig geweest. De Noordzee werkt bij ons als een grote warme pan: het water koelt maar langzaam af en de westenwind blaast die relatieve warmte het land op. Gevolg: we zitten vaak net een graadje boven nul. Waar ze in het oosten een mooi wit dek krijgen, houden wij het in Westland meestal bij koude regen of natte sneeuw die direct weer wegsmelt.
Daar komt bij dat de winters de laatste decennia zachter zijn geworden. Landelijk daalt het aantal sneeuwdagen, en hier aan zee merken we dat als eerste. De klassieke “winterse speldenprik” in november of begin december? Kan hoor, maar het is eerder uitzondering dan regel.
Wil dat zeggen dat sneeuw voorgoed passé is in het Westland? Nee. Met een oostenwind, droge lucht en wat vorst aan de grond kan het hier nog steeds prachtig wit worden als er bijvoorbeeld een sneeuwstoring ten zuiden van ons langstrekt. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen: sneeuwpret wordt bij ons steeds meer een bonusdag.
Dus als het dan eindelijk weer eens wit is in Wateringen of Poeldijk: jas aan, handschoenen zoeken en naar buiten. Voor je het weet, is het hier aan zee weer gewoon… nat.
Weerman Marco
Bij de foto: De schamele resten van een mix van hagel en sneeuw op zondagmorgen