Ik kreeg de afgelopen week nogal wat vragen over de samenstelling van sneeuw en wat voor soorten sneeuw er eigenlijk zijn. De wintersport liefhebbers kennen de poedersneeuw en wij kennen hier aan de kust natuurlijk de natte sneeuw maar al te goed! Ik las deze week een leuk artikel over een nieuwe benaming. Slush puppy sneeuw…
De afgelopen week was er eentje uit het boekje voor wie van “Slush Puppy-sneeuw” houdt. Er viel geregeld sneeuw, maar de temperatuur bleef vaak nét boven nul. En precies dát maakt het verschil: geen droge poedersneeuw, maar natte, plakkerige sneeuw die aan ijsschaafsel doet denken. Rond het vriespunt smelt de buitenkant van vlokken een beetje; dat dunne waterlaagje werkt als lijm. Vlokken klonteren samen, worden zwaarder en plakken aan takken, auto’s en vooral daken.
Op daken kan die natte sneeuw zich ophopen tot een compacte laag die verrassend zwaar is. En als het ’s nachts even afkoelt, kan de bovenkant aanvriezen tot een harde korst. Dakgoten en afvoeren raken dan sneller verstopt, smeltwater kan minder goed weg en bij dooi kan zo’n pakket in één keer naar beneden schuiven. Dat geeft gladde stoepen en soms zelfs lekkage als water zijn weg onder pannen zoekt. Vandaag (maandag 12 januari) is er in Zuid-Holland zelfs nog een code geel geweest voor sneeuw/ijzelresten en plaatselijke gladheid, vooral op binnenwegen.
Het ‘goede’ nieuws: de komende week lijkt rustig, zacht en vooral boven nul te verlopen, met maxima grofweg 7–9°C en nachten rond 2-4°C. Af en toe valt er een bui, maar vorst en sneeuw staan voorlopig niet op het programma. Dat betekent: die Slush Puppy-voorraad smelt vanzelf weg en we hebben (tijdelijk) minder kans op nieuwe sneeuwophoping op daken.
Weerman Marco, de meneer van het weer
Bij de foto: De slush puppy sneeuw was wel heel fijn om sneeuwpoppen mee te maken natuurlijk!