Wat hebben we als schaatsliefhebbers de afgelopen 2 weken kunnen genieten van onze schaatsers in Milaan. Prestaties om trots op te zijn, maar de beelden van vroeger, met schaatsers in de sneeuw en op het ijs moeten we toch echt steeds meer in de archieven gaan zoeken.
Afgelopen dagen hoorde ik het overal: “Marco, het wordt bijna 18 graden deze week!” En eerlijk is eerlijk: voor eind februari voelt het inderdaad opvallend zacht. In onze Westlandse omgeving lopen de maxima deze week op richting de 17 graden, en met de zon erbij lijkt het dan al lente.
Maar zet daar eens 1986 naast. Op woensdag 26 februari 1986, de dag van de veertiende Elfstedentocht (de een na laatste), zag Nederland een totaal ander weerbeeld. Het was een echte ijsdag: minimum rond -10,4°C, een maximum net onder nul (-0,2°C), met veel zon en een matige oostenwind. Geen wonder dat het ijs hard en snel was, al waren er ook scheuren en zand op delen van het parcours.
Probeer je dat contrast even voor te stellen: nu fietsen we met een open jas, terwijl toen duizenden schaatsers in Friesland urenlang tegen de kou inbeukten. Niet alleen de temperatuur, maar vooral de combinatie van wind en lange duur maakt zo’n tocht legendarisch. En het feit dat die Elfstedentocht pas eind februari kon, zegt ook iets: de winter had toen écht tanden. Een verschil van bijna 30 graden met nu! En wat de oorzaak ook mag zijn, het feit is wel dat de gemiddelde temperatuur in 50 jaar tijd in onze omgeving met 1,5 graad is gestegen!
Heb jij herinneringen aan 1986 — of foto’s van schaatsen, ijs of juist deze vroege “lenteprikkels” in het Westland? Stuur ze gerust op. Wie weet neem ik jouw verhaal mee in de volgende column.
Bij de foto: 26 februari 1986 in Dokkum
Weerman Marco